Jipsingboertange

De School

Rond 1900

Rond 1900 werden de eerste woningen in Jipsingboertange gebouwd, met het vorderen van de ontginningen werden er meer woningen gebouwd en kwamen er meer gezinnen.
De kinderen gingen naar de scholen in Sellingerbeetse en Jipsinghuizen, enkele naar de bijzondere school in Harpel.
Er kwam steeds meer behoefte aan een eigen school. De Vereniging voor Plaatselijk Belang (opgericht in 1913) zette zich in om in Jipsingboertange een eigen school te krijgen.

In 1913

In 1913 vermelden de notulen van de vergadering van Burgemeester en Wethouders een adres aan het gemeentebestuur, waarin werd gemeld dat drieëntwintig kinderen uit Jipsingboertange schoolgaand waren. De heer W. Schoenmaker en anderen verzochten om de scholen van Sellingerbeetse en Jipsinghuizen niet te vergroten als dat nodig zou zijn, maar een nieuwe school te stichten in Jipsingboertange.

Het gemeentebestuur was dus voorstander

Het college besloot de raad voor te stellen dit adres voor kennisgeving aan te nemen met de opmerking dat "de wenschen van adressanten in ernstige overweging zullen worden genomen, zodra aan meer schoolruimte behoefte ontstaat."
Het gemeentebestuur was dus voorstander van een school in Jipsingboertange.

27 maart 1918

Op 27 maart 1918 deelde de voorzitter tijdens de raadsvergadering mede dat van de kinderen uit Jipsingboertange achtentwintig in Sellingerbeetse naar school gingen en zestien in Jipsinghuizen, vier kinderen bezochten de bijzondere school in Harpel.
Daar "het aantal kinderen dat de school zou moeten bevolken daartoe aanleiding heeft gegeven" stelde het college van Burgemeester en Wethouders in de raadsvergadering van 19 mei 1918 voor een school met woning te bouwen te Jipsingboertange.
Het Rijk zou dan wel een buitengewone bijdrage moeten doen in de stichtingskosten. De heer Mein, één van de leden van de raad, stelde voor desnoods zonder die buitengewone subsidie te gaan bouwen.

29 juni 1918

In de raadsvergadering van 29 juni 1918 werd voorgesteld een perceel grond aan de Tangeweg aan te wijzen voor de school.
Dit perceel, van de heer W. Wijnholds, werd te koop aangeboden voor een bedrag van f 900,- (€ 408,42). In de raadsvergadering van 21 augustus 1918 werd besloten de grond aan te kopen. In de raadsvergadering van 30 november 1918 besloot de raad een buitengewone subsidie aan te vragen bij het Ministerie.

In 1920

In 1920 meldde de schoolopziener te Winschoten in een brief de geschiktheid van het gebouwtje voor Christelijke Belangen als hulpschoollokaal. Sollicitanten werden opgeroepen voor de betrekkingen van hoofd en van onderwijzeres aan de nieuwe school, daarna kon in oktober 1920, onder leiding van meester Schierbeek, het onderwijs van start gaan.

Houten schoolgebouw

De minister van Binnenlandse Zaken gaf in juni 1921 aan dat "de eerste jaren niet kon worden gerekend op een buitengewone subsidie in de schoolbouw". Waarna het college besloot houten hulpschoollokalen met een woning te plaatsen.
Het houten schoolgebouw werd geplaatst, de kosten bedroegen destijds f 7.800,- (€ 3539,64).

1933

Het houten schoolgebouw brandde in 1933 af. Tijdelijk werden de kinderen voor hun onderwijs wederom in het gebouwtje voor Christelijke Belangen ondergebracht.

1934

Na de brand werd het huidige schoolgebouw gebouwd. Het werd in 1934 in gebruik genomen. Ook tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 werd het kerkgebouwtje voor onderwijs gebruikt toen het schoolgebouw gevorderd werd om er evacue's in onder to brengen.

1976/1977

In 1976/1977 vond de eerste grote verbouwing plaats, er werden een handenarbeidruimte en een personeelsruimte met magazijn bijgebouwd, de oliestook kachels vervangen door centrale verwarming.
Ten behoeve van het basisonderwijs, waardoor ook de kleuters op school kwamen, vond in 1985 de tweede verbouwing plaats, een gemeenschapsruimte kwam er bij, ook het schoolplein werd grondig onder handen genomen.



© jipsingboertange.nl

 

De School
De School
De School
De School
Het Kerkje
Het Kerkje
Het Kerkje
Het Kerkje
De School
De School